Topic 3 Case study: Bij gebrek aan harmonisatie/Richtlijn inzake rassengelijkheid

Richtlijn Rassengelijkheid

Jean, een Kameroense burger, is Rubinia binnengekomen, een EU-lidstaat, en heeft asiel aangevraagd. In afwachting van de behandeling van zijn asielaanvraag krijgt hij te horen dat asielzoekers in geen enkele branche mogen werken en hij daarom een maandelijkse toelage zal ontvangen. De toelage dekt zijn accommodatie, maar hij heeft aan het einde van de maand niet genoeg geld om te eten; het is wettelijk 60% van het gegarandeerde minimumsalaris voor Rubiniaanse staatsburgers. Twee maanden later wordt zijn asielaanvraag goedgekeurd en krijgt hij de vluchtelingenstatus. Als vluchteling mag hij alleen werken in de landbouw en de agrarische sector. Hij krijgt te horen dat dit noodzakelijk overheidsbeleid is om ervoor te zorgen dat het aanvraagsysteem voor vluchtelingen niet wordt misbruikt en overweldigd door economische migranten. Als hij een baan krijgt, realiseert hij zich dat hij minder dan de helft verdient van het salaris dat wordt verdiend door andere werknemers met de Rubiniaanse nationaliteit. Als hij daarover klaagt, krijgt hij spottend van de manager te horen : “Wat ga je doen? Werken als IT-consultant?”. Jean beklaagt zich bij de autoriteiten en wordt op staande voet ontslagen omdat hij ‘onnodige problemen veroorzaakte met andere werknemers’. Door personeelstekorten en bezuinigingen onderzoeken de autoriteiten de klacht drie jaar later, en tegen die tijd beweren alle getuigen het gesprek tussen Jean en zijn manager te zijn vergeten.

Kuda is een goede vriend van Jean. Hij heeft de nationaliteit van Rubinia en hoewel hij niet van Afrikaanse afkomst is, heeft hij een donkerdere huidskleur. De manager denkt ten onrechte dat hij ook vluchteling is, hierdoor kreeg ook hij een lager salaris. Kuda is net als Jean van plan ook een klacht in te dienen bij de autoriteiten over het agrarische bedrijf. De manager komt dit te weten en ontstaat hem voor de zekerheid ook.

Ten slotte is de vrouw van Jean, Ayshe, moslim en draagt ​​ze de boerka. Ze wil graag een baan als receptioniste, maar ze krijgt te horen dat ze een universitair diploma moet hebben en de Rubinische taal uitstekend moet beheersen. Dit had geen deel uitgemaakt van de vacature die ze had gezien toen ze naar de baan solliciteerde; het werd voor het eerst benoemd tijdens het interview. Wanneer ze probeert naar de universiteit te gaan en zich in te schrijven voor taallessen, krijgt ze te horen dat de universiteit geen studenten aannemen die een boerka dragen. Bij het verlaten van het administratiekantoor van de universiteit ziet ze een poster met de tekst ‘Deze universiteit steunt “radicalen uit Rubinia”. Op de poster staat prominent een afbeelding van een vrouw die een boerka draagt.

Adviseer de verschillende partijen (Jean, Kuda en Ayshe) of en hoe zij een beroep kunnen doen op de Richtlijn Rassengelijkheid.