Topic 2 Toepassing van de richtlijn in de EU (harmonisatie en recente nationale jurisprudentie)

Directe discriminatie”, wanneer iemand op grond van ras of etnische afstamming ongunstiger wordt behandeld dan een ander in een vergelijkbare situatie wordt, is of zou worden behandeld(Art. 2(2)(a))

àDoor de persoon die het discriminerende gedrag daadwerkelijk pleegt en een persoon die een ander de opdracht geeft het discriminerende gedrag te vertonen.

Kun je een voorbeeld bedenken van directe discriminatie die door de richtlijn verboden zou zijn?

‘Indirecte discriminatie”, wanneer een ogenschijnlijk neutrale bepaling, maatstaf of handelwijze personen van een bepaald ras of een bepaalde etnische afstamming in vergelijking met andere personen bijzonder benadeelt, tenzij die bepaling, maatstaf of handelwijze objectief wordt gerechtvaardigd door een legitiem doel en de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn’ (Art 2(2)(b))

->Oegenschijnlijke neutraliteit van het criterium of van de praktijk

->Door de persoon die daadwerkelijk het discriminerende gedrag vertoont en een persoon die een ander de opdracht geeft het discriminerende gedrag te vertonen

  • Zaak C-83/14, CHEZ Razpredelenie Bulgaria
    • Om een ​​maatregel als indirecte discriminatie in de zin van de richtlijn te kunnen beschouwen, volstaat het dat “de maatregel weliswaar neutrale criteria hanteert die niet gebaseerd zijn op het beschermde kenmerk, maar tot gevolg heeft dat met name personen die dat kenmerk bezitten, worden benadeeld”

Kun je een voorbeeld bedenken van indirecte discriminatie die door de richtlijn verboden zou zijn?

 

‘Intimidatie wordt als discriminatie in de zin van lid 1 beschouwd als er sprake is van ongewenst gedrag dat met ras of etnische afstamming verband houdt, en tot doel of gevolg heeft dat de waardigheid van een persoon wordt aangetast en een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende omgeving wordt gecreëerd. Het begrip intimidatie kan in dit verband worden gedefinieerd in overeenstemming met de nationale wetgeving en praktijken van de lidstaten..’ (Art 2(3))

->Het creëren van een vijandige omgeving die tot gevolg heeft dat de waardigheid van een persoon wordt geschonden, is voldoende voor het vaststellen van intimidatie in de zin van het artikel.

->Gericht op specifieke raciale of etnische minderheidsgroepen of individuen

Kun je een voorbeeld bedenken van intimidatie die door de richtlijn verboden zou zijn?

De lidstaten nemen in hun nationale wetgeving de nodige maatregelen op om personen te beschermen tegen een nadelige behandeling of nadelige gevolgen als reactie op een klacht of op een procedure gericht op het doen naleven van het beginsel van gelijke behandeling.” (Artikel 9)

->Slachtofferschap is elke nadelige maatregel die wordt genomen door een organisatie (inclusief werkgevers en overheidsinstanties) of door een individu om vergelding voor een schending van het recht op gelijke behandeling af te dwingen.

 

Artikel 5:Het beginsel van gelijke behandeling belet niet dat een lidstaat, om volledige gelijkheid in de praktijk te waarborgen, specifieke maatregelen handhaaft of aanneemt om de nadelen verband houdende met ras of etnische afstamming te voorkomen of te compenseren.’

->organisaties van personen van een bepaald ras of een bepaalde etnische afstamming, waarvan het hoofddoel de bevordering van de speciale behoeften van die personen is.

Wezenlijke bepalingen en beroepsvereisten

Artikel 4:Niettegenstaande artikel 2, leden 1 en 2, kunnen de lidstaten bepalen dat een verschil in behandeling dat op een kenmerk in verband met ras of etnische afstamming berust, geen discriminatie vormt, indien een dergelijk kenmerk, vanwege de aard van de betrokken specifieke beroepsactiviteiten of de context waarin deze worden uitgevoerd, een wezenlijke en bepalende beroepsvereiste vormt, mits het doel legitiem en het vereiste evenredig aan dat doel is.

->Hoe wordt het evenredigheidsvereiste beoordeeld?

Dit verweer dat kan worden gebruikt ‘In zeer beperkte omstandigheden’ (overweging 18 in de preambule)

  • Compensatie in termen van geld à ‘effectief, evenredig en afschrikkend’
  • Strafzaak à betaling van een geldboete of gevangenisstraf
  • Sancties kunnen de vorm aannemen van verbodsbepalingen volgens de regels van het nationale recht
  • Zaak C-81/12, Asociatia Accept v Consiliul National pentru Combaterea Discriminarii
    • De richtlijn staat in de weg van het nationale recht. Hierdoor zijn sancties vaak louter symbolisch of wordt er enkel gestraft met een waarschuwing.