Topic 2 Toepassing van de richtlijn in de EU (harmonisatie en recente nationale jurisprudentie)

Slachtofferrichtlijn – Toepassingsgebied

  • Informatie
  • Tolken en vertalen
  • Steun
  • Bescherming
  • Deelname aan strafprocedures
  • Opleiding van beroepsbeoefenaars
  • Coördinatie
  • De Europese Unie heeft tot doel een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid te handhaven en te ontwikkelen.
  • De Raad heeft Kaderbesluit 2001/220/JBZ van 15 maart 2001 inzake de status van het slachtoffer in de strafprocedure aangenomen.
  • In het kader van het programma van Stockholm, dat in 2009 door de Europese Raad is aangenomen, is de Commissie en de lidstaten verzocht na te gaan hoe de wetgeving en de praktische steunmaatregelen ter bescherming van slachtoffers kunnen worden verbeterd.
  • De Raad heeft in 2011 verklaard dat er op het niveau van de Unie maatregelen moeten worden genomen om de rechten van, de steun aan en de bescherming van slachtoffers van misdrijven te versterken. [Resolutie 2011 over een routekaart ter versterking van de rechten en de bescherming van slachtoffers, met name in strafprocedures (“de routekaart van Boedapest“)].
  • Rechtsgrondslag: Artikel 82, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) voorziet in de vaststelling van minimumvoorschriften die in de lidstaten van toepassing zijn, ter bevordering van de wederzijdse erkenning van vonnissen en rechterlijke beslissingen en van de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken met een grensoverschrijdende dimensie, met name wat betreft de rechten van slachtoffers van misdrijven.
  1. De justitiële samenwerking in strafzaken in de Unie berust op het beginsel van wederzijdse erkenning van rechterlijke uitspraken en beslissingen en omvat de onderlinge aanpassing van de wetgevingen […]
  2. Voor zover nodig ter bevordering van de wederzijdse erkenning van vonnissen en rechterlijke beslissingen en van de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken met een grensoverschrijdende dimensie, kunnen het Europees Parlement en de Raad volgens de gewone wetgevingsprocedure bij richtlijnen minimumvoorschriften vaststellen. Deze regels houden rekening met de verschillen tussen de rechtstradities en rechtsstelsels van de lidstaten.

Zij betreffen:[..]

(c) de rechten van slachtoffers van misdrijven; […]

De aanneming van de in dit lid bedoelde minimumvoorschriften belet de lidstaten niet een hoger beschermingsniveau voor personen te handhaven of in te voeren.

  • Ervoor zorgen dat slachtoffers van misdrijven passende informatie, steun en bescherming krijgen en aan de strafprocedure kunnen deelnemen.
  • Dat slachtoffers erkend worden.
  • Dat slachtoffers op een respectvolle, gevoelige, op maat gesneden, professionele en niet-discriminerende manier worden behandeld, ongeacht de nationaliteit of de verblijfsstatus van het slachtoffer.
  • Door diensten voor slachtofferhulp of diensten voor herstelrecht of een bevoegde autoriteit, in het kader van een strafprocedure.                              
  • Het belang van het kind staat voorop en wordt op individuele basis beoordeeld. Een kindgerichte aanpak, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met de leeftijd, rijpheid, opvattingen, behoeften en zorgen van het kind, prevaleert. Het kind en de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt of, in voorkomend geval, een andere wettelijke vertegenwoordiger, worden in kennis gesteld van maatregelen of rechten die specifiek op het kind gericht zijn.

“slachtoffer” betekent:

een natuurlijke persoon die schade heeft geleden, waaronder fysieke, mentale of emotionele schade of economisch verlies, die rechtstreeks is veroorzaakt door een strafbaar feit;

familieleden van een persoon wiens dood rechtstreeks is veroorzaakt door een strafbaar feit en die schade hebben geleden als gevolg van de dood van die persoon;

“familieleden”: de echtgenoot, de persoon die met het slachtoffer in een hechte intieme relatie leeft, in een gemeenschappelijke huishouding en op stabiele en ononderbroken basis, de bloedverwanten in rechte lijn, de broers en zussen en de personen ten laste van het slachtoffer;

“kind”: elke persoon jonger dan 18 jaar;

“herstelrecht”: elk proces waarbij het slachtoffer en de dader, indien zij daarmee instemmen, in staat worden gesteld om met de hulp van een onpartijdige derde actief deel te nemen aan de oplossing van de uit het strafbare feit voortvloeiende problemen.

  

  • Vanaf het eerste contact en gedurende elke verdere noodzakelijke interactie die zij hebben met een bevoegde autoriteit in het kader van een strafprocedure [artikel 3, lid 1].
  • In eenvoudige en toegankelijke taal, mondeling of schriftelijk. [Art. 3, lid 2]
  • Recht op begeleiding door een persoon naar keuze van het slachtoffer bij zijn eerste contact met de autoriteiten indien bijstand nodig is wegens de gevolgen van het misdrijf of indien het slachtoffer moeilijkheden heeft om de procedure te begrijpen of begrepen te worden.

Voor de volgende rechten van de slachtoffers gelden communicatiewaarborgen: 

Artikel 4 – Recht op informatie

Artikel 5 – Recht op schriftelijke bevestiging van de klacht en recht op een vertaling van de schriftelijke bevestiging, recht om de klacht in te dienen in een taal die hij/zij begrijpt

Artikel 6 – Recht op informatie over zijn zaak

Artikel 7 – Recht op vertolking en vertaling

Elk slachtoffer van een misdrijf heeft bij het eerste contact met de bevoegde autoriteit zonder onnodige vertraging recht op de volgende informatie:

  1. a) het soort steun dat zij kunnen krijgen en van wie → Verband met art. 8, toegang tot diensten voor slachtofferhulp
  2. b) de procedures voor het indienen van klachten en hun rol → overeenkomstig overweging 20
  3. c) hoe zij bescherming kunnen krijgen, met inbegrip van beschermingsmaatregelen → Verband met het Europees beschermingsbevel en de wederzijdse erkenning van beschermingsmaatregelen in burgerlijke zaken.
  4. d) toegang tot juridisch advies, rechtsbijstand en elke andere vorm van advies;
  5. e) toegang tot schadevergoeding
  6. f) toegang tot vertolking en vertaling
  7. g) toegang tot de beschikbare bijzondere maatregelen, indien zij in een andere lidstaat verblijven dan die waar het strafbare feit is gepleegd
  8. h) beschikbare klachten wanneer hun rechten niet worden geëerbiedigd
  9. i) contactgegevens voor communicatie over hun zaak;
  10. j) beschikbare diensten voor herstelrecht;
  11. k) Beschikbare vergoeding van de kosten van hun deelname aan de strafprocedure.

Een formele klacht indienen, indien nodig met taalkundige bijstand en een schriftelijke bevestiging ontvangen [art. 5].

Informatie ontvangen over de voortgang van de zaak [art. 6] → Verband met artikel 11 (Rechten in geval van een beslissing om niet te vervolgen)

Recht op vertolking en vertaling [art. 7] Voorwaarden: 

  • Voor slachtoffers met een formele rol in de procedure
  • Op verzoek van het slachtoffer en bij besluit van de autoriteit
  • Gratis en voor een breed scala aan procedurele handelingen: het omvat contacten met onderzoeks- en gerechtelijke autoriteiten vanaf het eerste verhoor/verhoor gedurende het gehele onderzoek tot aan het proces. [Overweging 34]

Recht op toegang tot diensten voor slachtofferhulp [artikel 8] → Link naar artikel 9 Ondersteuning door diensten voor slachtofferhulp. “De lidstaten zorgen ervoor dat de toegang tot diensten voor slachtofferhulp niet afhankelijk is van de voorwaarde dat het slachtoffer bij een bevoegde autoriteit een formele klacht indient met betrekking tot een strafbaar feit”. [Artikel 8, lid 5]

  • Recht om te worden gehoord [artikel 10] → Verband met artikel 25, opleiding voor beroepsbeoefenaars, rechters en openbare aanklagers die de ondervraging van slachtoffers behandelen].
  • Recht op herziening van een beslissing om niet te vervolgen [artikel 11]
  • Bescherming tegen secundaire en herhaalde victimisatie, tegen intimidatie en tegen vergelding in diensten voor herstelrecht. [Artikel 12].
  • Recht op rechtsbijstand [artikel 13].
  • Recht op vergoeding van kosten [artikel 14]
  • Recht op teruggave van eigendom [artikel 15]
  • Recht op beslissing over schadevergoeding van de dader in de loop van de strafprocedure [artikel 16]

Verzoek om een prejudiciële beslissing van het Tribunale di Bari

In dit geval is de samenstelling van de jury tijdens het proces gewijzigd en is het slachtoffer verzocht opnieuw te getuigen.

Artikel 16 (schadevergoeding binnen een redelijke termijn)

Het HvJEU oordeelt dat een nieuw onderzoek van het slachtoffer in geval van een wijziging in de samenstelling van de kamer van rechters waarvoor hij of zij oorspronkelijk heeft getuigd, op zich niet betekent dat er niet binnen een redelijke termijn een beslissing kan worden genomen over de schadevergoeding voor dat slachtoffer. (§ 48)

Artikel 17 – Rechten van slachtoffers die in een andere lidstaat wonen

De lidstaten zorgen ervoor dat :

de bevoegde autoriteit neemt onmiddellijk na de klacht een verklaring van het slachtoffer af

de autoriteiten maken zoveel mogelijk gebruik van de bepalingen inzake videoconferentie en telefoonconferentie in de Overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie van 29 mei 2000 (17) om in het buitenland wonende slachtoffers te horen.

Het slachtoffer kan een klacht indienen in de staat waar hij/zij woont:

a)indien het slachtoffer dit niet kon doen in de staat waar het misdrijf is gepleegd (bijvoorbeeld wegens administratieve, juridische of persoonlijke beperkingen)

b)als het slachtoffer dat gewoon niet wil in geval van ernstige misdrijven.

de klacht moet onverwijld door de staat van verblijf worden toegezonden aan de staat waar het misdrijf is gepleegd (tenzij de bevoegde autoriteiten in de staat van verblijf reeds gebruik hebben gemaakt van hun nationale bevoegdheid tot vervolging).

Bescherming van de slachtoffers

Recht op bescherming [artikel 18]

Onverminderd de rechten van de verdediging zorgen de lidstaten ervoor dat er maatregelen beschikbaar zijn om het slachtoffer en zijn familieleden te beschermen tegen secundaire en herhaalde victimisatie, tegen intimidatie en vergelding, onder meer tegen het risico van emotionele of psychologische schade, en om de waardigheid van het slachtoffer tijdens het verhoor en wanneer hij getuigt te beschermen. Indien nodig omvatten die maatregelen ook de in het nationale recht vastgestelde procedures voor de fysieke bescherming van het slachtoffer en zijn familieleden.

Recht om contact tussen slachtoffer en dader te vermijden [artikel 19].

  1. De lidstaten scheppen de nodige voorwaarden om contact tussen het slachtoffer en zijn familieleden, indien nodig, en de dader in de gebouwen waar de strafprocedure wordt gevoerd te vermijden, tenzij de strafprocedure zulks vereist.
  2. De lidstaten zorgen ervoor dat nieuwe gerechtsgebouwen aparte wachtruimten voor slachtoffers hebben.

Artikel 18 (bescherming): Het HvJEU oordeelt dat uit de bewoordingen van dit artikel niet volgt dat de EU-wetgever onder de maatregelen ter bescherming van het slachtoffer van een strafbaar feit de bepaling heeft opgenomen dat het verhoor van het slachtoffer tijdens de gerechtelijke procedure tot één gelegenheid wordt beperkt. (§ 51).

“Bijgevolg zij opgemerkt dat artikel 18 van richtlijn 2012/29 er in beginsel niet aan in de weg staat dat het slachtoffer van een strafbaar feit in geval van wijziging in de samenstelling van de rechterlijke kamer op verzoek van een van de partijen in de procedure opnieuw door die kamer wordt onderzocht.” (§ 54)

Artikel 18 (bescherming): “Uit de rechtspraak van het Europees Hof voor de rechten van de mens volgt echter dat, om te bepalen of het mogelijk is het schriftelijk verslag van een verklaring van het slachtoffer als bewijs te gebruiken, de lidstaten moeten onderzoeken of het horen van de getuigenis van het slachtoffer beslissend kan zijn voor het proces van de verdachte en door middel van krachtige procedurele waarborgen ervoor moeten zorgen dat de bewijsverkrijging in het kader van de strafprocedure geen afbreuk doet aan het eerlijke verloop van die procedure in de zin van artikel 47, tweede alinea, van het Handvest of aan de rechten van de verdediging in de zin van artikel 48, lid 2, van het Handvest”. (§ 55)

De verwijzende rechter moet derhalve nagaan of in het hoofdgeding bijzondere omstandigheden als bedoeld in de vorige alinea ertoe kunnen leiden dat het slachtoffer van het betrokken strafbare feit niet opnieuw hoeft te getuigen”. (§ 56)

Recht op bescherming tijdens strafrechtelijke onderzoeken [artikel 20]

Onverminderd de rechten van de verdediging en met inachtneming van de rechterlijke beoordelingsvrijheid zien de lidstaten erop toe dat tijdens strafrechtelijke onderzoeken

a)ondervragingen van slachtoffers plaatsvinden zonder ongerechtvaardigde vertraging nadat de klacht in verband met een strafbaar feit bij de bevoegde autoriteit is ingediend

b)het aantal ondervragingen van slachtoffers wordt tot een minimum beperkt en ondervragingen vinden alleen plaats wanneer dit strikt noodzakelijk is voor het strafrechtelijk onderzoek

c)het slachtoffer mag zich laten vergezellen door zijn wettelijke vertegenwoordiger en een persoon van zijn keuze, tenzij een gemotiveerde beslissing in tegengestelde zin is genomen

d)medische onderzoeken worden tot een minimum beperkt en vinden alleen plaats wanneer zij strikt noodzakelijk zijn voor de strafprocedure.

 Recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer [artikel 21]

Er kunnen maatregelen ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer worden genomen, waaronder persoonlijke kenmerken van het slachtoffer en afbeeldingen van slachtoffers en hun familieleden.

In het geval van een minderjarig slachtoffer moeten alle wettige maatregelen worden genomen om te voorkomen dat informatie die tot de identificatie van het kind kan leiden, in het openbaar wordt verspreid.

Teneinde de privacy, de persoonlijke integriteit en de persoonsgegevens van slachtoffers te beschermen, moedigen de lidstaten, met inachtneming van de vrijheid van meningsuiting en informatie en de vrijheid en het pluralisme van de media, de media aan zelfregulerende maatregelen te nemen. → ethisch gedrag ten aanzien van slachtoffers

Artikel 22 – Individuele beoordeling van slachtoffers om specifieke beschermingsbehoeften vast te stellen

tijdige en individuele beoordeling, om de specifieke beschermingsbehoeften van het slachtoffer vast te stellen 

vaststelling of en in hoeverre het slachtoffer in aanmerking komt voor bijzondere maatregelen (bedoeld in de artikelen 23 en 24), vanwege zijn bijzondere kwetsbaarheid voor secundaire en herhaalde victimisatie, voor intimidatie en voor vergelding en vanwege: a) de persoonlijke kenmerken van het slachtoffer b) het soort of de aard van het misdrijf c) de omstandigheden van het misdrijf.

Slachtoffers van: → terrorisme → georganiseerde criminaliteit → mensenhandel → gendergerelateerd geweld → geweld in een nauwe relatie → seksueel geweld → uitbuiting of haatmisdrijven → slachtoffers met een handicap worden naar behoren in aanmerking genomen.

Minderjarige slachtoffers worden geacht specifieke beschermingsbehoeften te hebben omdat zij kwetsbaar zijn voor secundaire en herhaalde victimisatie, intimidatie en vergelding.

De individuele beoordeling wordt uitgevoerd met nauwe betrokkenheid van het slachtoffer en houdt rekening met diens wensen, ook wanneer hij geen gebruik wenst te maken van bijzondere maatregelen. Indien de elementen die ten grondslag liggen aan de individuele beoordeling aanzienlijk zijn gewijzigd, zorgen de lidstaten ervoor dat deze gedurende de gehele strafprocedure wordt bijgewerkt.

Artikel 22 (individuele beoordeling): “Hieraan moet worden toegevoegd dat, indien wordt besloten dat het slachtoffer voor de rechterlijke kamer in zijn nieuwe samenstelling moet getuigen, de bevoegde nationale autoriteiten op grond van artikel 22 van richtlijn 2012/29 een individuele beoordeling van dat slachtoffer moeten uitvoeren om zijn specifieke beschermingsbehoeften vast te stellen en hem in voorkomend geval de beschermingsmaatregelen van de artikelen 23 en 24 van die richtlijn toe te kennen.” (§ 57)

“De verwijzende rechter moet dus nagaan of het slachtoffer in het hoofdgeding tijdens de strafprocedure geen specifieke beschermingsbehoeften heeft”.

Artikel 23 – Recht op bescherming van slachtoffers met specifieke beschermingsbehoeften tijdens de strafprocedure

  1. Tijdens strafrechtelijke onderzoeken zijn de volgende maatregelen beschikbaar:

ondervragingen van het slachtoffer in daartoe ontworpen of aangepaste ruimten;

gesprekken met het slachtoffer worden gevoerd door of via professionals die daarvoor zijn opgeleid;

alle gesprekken met het slachtoffer door dezelfde personen worden gevoerd, tenzij dit in strijd is met een goede rechtsbedeling;

alle gesprekken met slachtoffers van seksueel geweld, gendergerelateerd geweld of geweld in nauwe relaties, tenzij zij worden gevoerd door een openbare aanklager of een rechter, worden gevoerd door een persoon van hetzelfde geslacht als het slachtoffer, indien het slachtoffer dat wenst, mits het verloop van de strafprocedure daardoor niet wordt beïnvloed.

  1. Tijdens de gerechtelijke procedure zijn de volgende maatregelen beschikbaar:

maatregelen om visueel contact tussen slachtoffers en daders te vermijden, ook tijdens de bewijsvoering, met passende middelen, waaronder het gebruik van communicatietechnologie;

maatregelen om ervoor te zorgen dat het slachtoffer in de rechtszaal kan worden gehoord zonder aanwezig te zijn, met name door het gebruik van passende communicatietechnologie;

maatregelen om onnodige ondervragingen over het privé-leven van het slachtoffer die geen verband houden met het strafbare feit, te voorkomen; en

maatregelen waardoor een hoorzitting buiten de aanwezigheid van het publiek kan plaatsvinden.

Artikel 24 – Recht op bescherming van minderjarige slachtoffers tijdens de strafprocedure

  1. Naast de maatregelen waarin artikel 23 voorziet;
  2. a) in strafrechtelijke onderzoeken mogen alle gesprekken met het minderjarige slachtoffer audiovisueel worden opgenomen en deze opgenomen gesprekken mogen in het strafproces als bewijs worden gebruikt
  3. b) in het strafonderzoek en het strafproces, overeenkomstig de rol van het slachtoffer in het betrokken strafrechtstelsel, wijzen de bevoegde autoriteiten een bijzondere vertegenwoordiger voor minderjarige slachtoffers aan wanneer de dragers van de ouderlijke verantwoordelijkheid volgens het nationale recht het minderjarige slachtoffer niet kunnen vertegenwoordigen wegens een belangenconflict tussen hen en het minderjarige slachtoffer, of wanneer het minderjarige slachtoffer niet begeleid is of van zijn familie is gescheiden;
  4. c) wanneer het minderjarige slachtoffer recht heeft op een advocaat, heeft het recht op juridisch advies en vertegenwoordiging, in eigen naam, in procedures waarin sprake is of zou kunnen zijn van een belangenconflict tussen het minderjarige slachtoffer en de dragers van de ouderlijke verantwoordelijkheid.

De procedureregels voor de in de eerste alinea, onder a), bedoelde audiovisuele opnamen en het gebruik ervan worden bepaald door het nationale recht.

  1. Wanneer de leeftijd van het slachtoffer onzeker is en er redenen zijn om aan te nemen dat het slachtoffer een kind is, wordt het slachtoffer voor de toepassing van deze richtlijn geacht een kind te zijn.

qDit is relevant voor professionals in ondersteunende diensten en professionele vertalers en tolken. Er is een tekort aan professionele vertalers en tolken (artikel 5). 

qDe toegang tot bepaalde rechten – vertolking en vertaling (artikel 7) en de rechten van slachtoffers die in een andere lidstaat wonen (artikel 17) – wordt belemmerd door praktische problemen.

qFinanciële kwesties hadden met name gevolgen voor de toegang tot adequate ondersteunende diensten (artikel 8) en het recht op rechtsbijstand (artikel 13).

qOpleiding van beroepsbeoefenaars die met slachtoffers van misdrijven werken is nodig voor de uitvoering van de artikelen 6 (informatie over een zaak ontvangen), 10 (recht om te worden gehoord) en 22 (individuele beoordeling) en de identificatie en bescherming van slachtoffers met bijzondere beschermingsbehoeften.

qSlachtoffers van huiselijk geweld; het verlenen van effectieve hulp wordt belemmerd door vele praktische en juridische obstakels. De pandemische situatie werd een verergerende factor voor slachtoffers met bijzondere behoeften.

qTerrorisme; blijft een groot probleem in veel EU-lidstaten

qMigranten en asielzoekers; onderdanen van derde landen blijven kwetsbaar voor criminaliteit en worden geconfronteerd met praktische en juridische belemmeringen bij de toegang tot justitie en ondersteunende diensten. Parallel daaraan is er een toename van haatmisdrijven en vreemdelingenhaat.

qRussische aanvalsoorlog tegen Oekraïne; De oorlog heeft mensenlevens verwoest en dood en slachtoffers achtergelaten. De EU-wetgeving inzake de rechten van slachtoffers zal ervoor zorgen dat tegemoet wordt gekomen aan de specifieke behoeften van slachtoffers die de oorlog ontvluchten, zoals het recht op bijstand, steun en bescherming.

Heeft de richtlijn betrekking op rechtspersonen?

Het begrip “slachtoffer” in de zin van Kaderbesluit 2001/220/JBZ van de Raad omvat geen rechtspersonen die rechtstreeks schade hebben geleden door schendingen van het strafrecht in een lidstaat (C-467/05, Dell’Orto, C-205/09, Eredics).

Met betrekking tot de richtlijn heeft het HvJEU geoordeeld dat deze niet van toepassing is op rechtspersonen of op de staat, ook al kent het nationale recht hun de status van benadeelde partij in een strafprocedure toe. (C-603/19 Strafzaak tegen TG en UF, § 46). 

De lidstaten kunnen er echter voor kiezen de normen van de richtlijn toe te passen op rechtspersonen.

Is herstelrecht verplicht?

Het HJEU heeft bij de uitlegging van artikel 10 van Kaderbesluit 2001/220/JBZ van de Raad betreffende bemiddeling bevestigd dat de lidstaten niet verplicht zijn om voor alle strafbare feiten gebruik te maken van bemiddeling/herstelrecht (arresten van het HJEU in de zaken C-205/09, Eredics, en C 483/09 en C 1/10, Gueye/Sanchez).

                                                                     

                                                                     

Andere EU-besluiten op het gebied van de rechten van slachtoffers

Schadevergoedingsrichtlijn; Richtlijn 2004/80/EG van de Raad van 29 april 2004 betreffende de schadeloosstelling van slachtoffers van misdrijven.

Verordening (EU) 606/2013 betreffende de wederzijdse erkenning van beschermingsmaatregelen in burgerlijke zaken

Richtlijn 2011/99/EU betreffende het Europees beschermingsbevel;

Andere besluiten van de EU-wetgeving voor slachtoffers van bepaalde soorten misdrijven

Andere EU-wetgeving die de richtlijn inzake de rechten van het slachtoffer aanvult en daarop voortbouwt.

Slachtoffers van terrorisme; Richtlijn (EU) 2017/541 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 inzake terrorismebestrijding en ter vervanging van Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad en tot wijziging van Besluit 2005/671/JBZ van de Raad.

Slachtoffers van mensenhandel; Richtlijn 2011/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2011 inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan, en ter vervanging van Kaderbesluit 2002/629/JBZ van de Raad.

Kinderen die het slachtoffer zijn van seksuele uitbuiting; Richtlijn 2011/93/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 ter bestrijding van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie, en ter vervanging van Kaderbesluit 2004/68/JBZ van de Raad,

Slachtoffers van fraude met andere betaalmiddelen dan contanten; Richtlijn (EU) 2019/713 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende de bestrijding van fraude en vervalsing in verband met andere betaalmiddelen dan contanten en ter vervanging van Kaderbesluit 2001/413/JBZ van de Raad, PE/89/2018/REV/3.

In 2020 heeft de Commissie voor het eerst de EU-strategie inzake de rechten van slachtoffers (2020-2025) gepubliceerd; het belangrijkste doel van de strategie is ervoor te zorgen dat alle slachtoffers van alle misdrijven, ongeacht waar in de EU of in welke omstandigheden het misdrijf plaatsvindt, volledig op hun rechten kunnen vertrouwen.

De belangrijkste prioriteiten zijn onder meer: (i) effectieve communicatie met slachtoffers en een veilige omgeving voor slachtoffers om misdrijven aan te geven; ii) verbetering van de ondersteuning en bescherming van de meest kwetsbare slachtoffers; iii) vergemakkelijking van de toegang van slachtoffers tot schadeloosstelling. De belangrijkste prioriteiten voor samenwerking op het gebied van de rechten van slachtoffers zijn: (i) versterking van de samenwerking en coördinatie tussen alle betrokken actoren; en ii) versterking van de internationale dimensie van de rechten van slachtoffers.

Andere relevante EU-strategieën: Strategie voor gendergelijkheid 2020-2025, strategie voor de rechten van het kind, strategie voor Europese justitiële opleiding, strategie voor LGBTI+-gelijkheid, EU-actieplan tegen racisme 2020-2025, geactualiseerd EU-kader voor gelijkheid, integratie en participatie van de Roma, strategie voor de rechten van personen met een handicap 2021-2030, strategie voor de veiligheidsunie, de strategische aanpak voor de uitbanning van mensenhandel, de strategie voor een effectievere bestrijding van seksueel misbruik van kinderen.

Nieuw initiatief voor EU-wetgeving

Op 8 maart 2022 heeft de Commissie een voorstel ingediend voor een richtlijn ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld; voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld, COM/2022/105 def.