Topic 2 Indeling van het EU-recht (verdragen, verordeningen, richtlijnen, richtsnoeren enz.) & voorrang van het EU-recht op het nationale recht van de lid staten

Er zijn twee hoofdstromen van mensenrechten beleiden-actie binnen de Europese Unie. De ene is het beschermen van de fundamentele mensenrechten voor EU-burgers en de andere is het bevorderen van de mensenrechten wereldwijd. De Europese Unie is gebaseerd op een sterk engagement om de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat wereldwijd te bevorderen en te beschermen. Mensenrechten staan central in de betrekkingen van de EU met andere landen en regio’s

  • Bevordering vanderechtenvanvrouwen,kinderen,minderhedenenontheemden
  • vtegendedoodstraf,foltering,mensenhandelendiscriminatie
  • vhetverdedigenvanburgerlijke,politieke,economische,socialeenculturelerechten
  • vhetverdedigenvandemensenrechtenviaeenactiefpartnerschapmetpartnerlanden,Internationaleenregionaleorganisatiesengroepenenverenigingenopalleniveausvandesamenleving
  • vopnemingvanmensenrechtenclausulesinalleovereenkomsteninzakehandelofsamenwerkingmetniet-EU-landen

https://european-union.europa.eu/priorities-and-actions/actions-topic/human-rights-and-democracy_enEU-kader

De Europese Unie (EU) is een supranationale politieke en economische unie (*) en baseert haar besluiten op het recht en in het bijzonder op verdragen die vrijwillig en democratisch zijn goedgekeurd door alle lidstaten van de EU.

Een verdrag is een bindende overeenkomst tussen EU-lidstaten. Met verdragen legt de EU doelstellingen en regels voor EU-instellingen vast, bepaalt zij hoe besluiten worden genomen en legt zij de relatie tussen de EU en haar lidstaten vast.

Verdragen worden beschouwd als “primair recht”. Zij zijn rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten. Nadat een verdrag is ondertekend en bekrachtigd is het onmiddellijk van toepassing en behoeft het geen akte van ontvangst of tenuitvoerlegging. Verdragen zijn bovendien zowel tegen een lidstaat (verticale rechtstreekse werking) als tegen een andere persoon (horizontale rechtstreekse werking) werkzaam.

(*) Een supranationale unie is een soort internationale organisatie die gemachtigd is tot rechtstreekse uitoefening van bepaalde bevoegdheden en functies die anders aan staten zijn voorbehouden.

De doelstellingen van de EU-verdragen worden bereikt door verschillende soorten rechtsbesluiten: verordeningen, richtlijnen, aanbevelingen (afgeleid recht).   Sommige daarvan zijn bindend, andere niet. 

Richtlijnen zijn wetgevingsbesluiten die een doel stellen dat alle EU-landen moeten bereiken. De richtlijnen laten het aan de afzonderlijke landen over om hun eigen wetten te maken over hoe deze doelen moeten worden bereikt.

Richtlijnen zijn niet direct effectief, omdat ze niet voor de rechter kunnen worden gebruikt zolang ze niet zijn omgezet in nationale wetgeving. Als een staat een richtlijn niet binnen de door de EU gestelde termijn uitvoert, kan een particulier de staat voor de rechter dagen wegens niet-uitvoering.

Verordeningen. Verordeningen zijn bindende wetgevingsbesluiten die rechtstreeks toepasselijk zijn in de lidstaten en geen uitvoering behoeven nadat de termijn voor afwijzing/voorbehoud is verstreken.

Besluiten: is een besluit dat in zijn geheel bindend is. Het wordt door de EU-instellingen aangenomen overeenkomstig de verdragen.

Een beschikking kan tot alle lidstaten of slechts tot enkele daarvan zijn gericht en is rechtstreeks toepasselijk.

Besluiten worden beschouwd als wetgevingsbesluiten wanneer zij worden aangenomen door het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie; het Parlement met deelneming van de Raad of de Raad met deelneming van het Parlement. Besluiten zijn niet-wetgevingshandelingen wanneer zij niet volgens de wetgevingsprocedure zijn aangenomen. Bijvoorbeeld door de Europese Raad, de Raad of de Europese Commissie.

De formulering van een richtlijn moet voldoende duidelijk, onvoorwaardelijk en nauwkeurig zijn.

Aanbevelingen: een aanbeveling is een niet-juridisch bindend besluit.  Hoewel zij geen rechtskracht hebben, hebben zij wel politiek gewicht; in feite vormen zij een instrument voor indirecte actie ter voorbereiding van wetgeving in de lidstaten.

Indeling van het EU-recht (verdragen, verordeningen, richtlijnen, richtsnoeren) & voorrang van het EU-recht op het nationale recht van de lidstaten
  • Het Europese recht heeft voorrang op het nationale recht van de lidstaat.
  • Dit beginsel van voorrang (ook “precedentie” of “suprematie”) is gebaseerd op het idee dat als er een conflict ontstaat tussen het EU-recht en het nationale recht in een lidstaat, het EU-recht voorrang heeft.
  • De reden moet worden gezocht in de noodzaak om een gemeenschappelijke basis te creëren tussen alle lidstaten: anders zouden de EU-wetgeving en het EU-beleid onwerkbaar worden.
  • Aangezien de lidstaten bepaalde bevoegdheden aan de EU hebben overgedragen, hebben zij hun soevereine rechten beperkt, zodat EU-normen alleen effect kunnen sorteren als zij voorrang hebben op elke bepaling van nationaal recht, met inbegrip van grondwetten
  • Het beginsel van de voorrang van het EU-recht heeft zich mettertijd ontwikkeld door middel van jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Wij herinneren ons de zaak Costa tegen ENEL (zaak 6/64).
  • De voorrang van het EU-recht moet worden toegepast op alle nationale besluiten, ongeacht of deze vóór of na het betrokken EU-recht zijn aangenomen. In geval van conflict wordt het nationale recht niet automatisch nietig of ongeldig verklaard, maar de nationale autoriteiten en rechtbanken kunnen deze bepalingen niet toepassen zolang er geen conflict is met het EU-recht.
  • Het beginsel van voorrang garandeert een uniforme bescherming op alle EU-grondgebieden.